Dit verslag is gebaseerd op Stevens artikel in het Nieuwsblad van Geel, nu door Stijn en Hans aangevuld met bijkomende anekdotes, bemerkingen en belevenissen.

De reis van ons leven


Met de Trans-Siberië Express van Moskou naar Peking reizen... dat moet je toch eens gedaan hebben!? Op 15 juli vertrok ik met Stijn Bos en Hans Hooyberghs naar Moskou om met de legendarische trein naar Peking te sporen. Neen, de jeugd van tegenwoordig ligt niet de hele vakantie op Spaanse stranden, dat is een fabeltje. Wij gingen op zoek naar avontuur en beleefden de reis van ons leven!

Op een donderdagavond, mei 2005, staken Stijn Bos, Hans Hooyberghs, Samuel Hanegreefs en ik de koppen bij elkaar. Drie jaar geleden gingen we met het Sint-Dimpnacollege op uitwisseling naar Roemenië. Toen al hadden we gezegd: “zo’n avontuurlijke reis moeten we nog eens maken”. Die bewuste donderdag kwam de Trans-Siberië Express ter sprake. Op het eerste gezicht leek het een onhaalbare onderneming, maar een dik jaar later vertrokken we toch met drie op avontuur. Samuel, student sinologie, liet de reis –met spijt in het hart– aan zich voorbij gaan. Hij vertrekt binnenkort voor een heel academiejaar naar het land van de Muur.

Stad van contrasten
Zaterdag 15 juli vlogen we naar Moskou. Deze heenreis leverde ons al meteen €70 op. Onze vlucht naar Moskou was namelijk overboekt en voor dat geld kozen we een latere vlucht te nemen.
Op de luchthaven van Moskou stonden ons eerst lange rijen te wachten aan de paspoortcontrole. De douanebeambte vond het nodig een hele Russische lezing te geven die we toch niet begrepen, maar stempelde gelukkig toch onze paspoorten af. Het was slechts uitstel van executie: we zagen slechts twee rugzakken op de bagageband liggen. Mijn bagage was achtergebleven in Wenen. Een slechter begin van de reis kon ik me amper voorstellen. Gelukkig werd mijn bagage ’s zondags keurig afgeleverd in ons hotel.
In de Russische hoofdstad val je van het ene uiterste in het andere. De buitenwijken bieden een troosteloze aanblik en staan in schril contrast met de pracht en praal van het centrum, het Rode Plein en het Kremlin voorop. De strenge hand van de politie is de enige constante. Als je in het Kremlin een verlaten straat oversteekt en daarbij niet precies
op het zebrapad loopt, krijg je iets onverstaanbaars toegesnauwd. We maakten ook kennis met Stalins meesterwerk: de metro. Vele stations zijn echte ondergrondse marmerpaleizen en het vervoermiddel werkt bovendien zeker even efficiënt als zijn Londense tegenhanger.
Ons bezoek aan de kathedraal van Christus de Verlosser was het meest tekenend. Het prachtige gebouw staat aan de oevers van de Moskva en kreeg een brug naar de overkant van de rivier. Op de andere oever eindigt die brug met een ballustrade, waaronder een sloppenwijk verwoed stand houdt tegen de oprukkende stad. Een brug tussen arm en rijk, hier nog slechts gescheiden door een metalen hek.
Onze tweede dag in Moskou was veruit de meest verrassende. De begeleidster van TiaraTours had ons verteld dat achter het hotel een deel gebouwen uit de tijd van Stalin lagen. We waren daar wel in geïnteresseerd en namen dus de door een agent bewaakte straat achter het hotel. Al vlug vielen we van de ene verbazing in de andere. We passeerden een aantal villa's en kwamen vervolgens op een immens plein waar twee Tupolev's en een Vostokraket stonden te pronken. Via een brede boulevard liepen we begeleid door muziek uit luidsprekers richting een fonkelende, gouden fontein. Het was duidelijk dat Stalin met dit park (tegenwoordig het All Russian Exhibition Center) de grootsheid van de toenmalige Sovjetunie in de verf wilde zetten. Jammer genoeg liggen een aantal gebouwen er ondertussen vervallen bij en zijn andere ingepalmd door winkeltjes en bedrijven. Toch was deze plaats zoveel mooier dan het Rode Plein enkel en alleen al door z'n ongekendheid bij de gemiddelde toerist.

Rijdende tent
17 juli, 21.25u. We stappen in de Rossia-trein, de originele Trans-Siberië Express die dwars door Rusland tot in Vladivostok rijdt. We legden 5185 kilometer af in dit gevaarte, tot in Irkoetsk. Dit vierdaags verblijf in de trein, daar was het ons allemaal om te doen! De coupé is als een rijdende tent. Je eet er en je slaapt er, met vier personen op evenveel vierkante meter ruimte. Al hadden wij nu wel geluk want we hadden een coupé voor ons drieën alleen.
“Neem minutesoep en noodles mee!” schrijft elke reisgids. De twee provodniks (conducteurs) in onze wagon verrasten ons echter met een dagelijks ontbijt en middagmaal, te vergelijken met een vliegtuigmaaltijd. De trein stopt ongeveer elke 3 uur een kwartiertje in een station. Op de perrons probeert de arme Rus brood, koekjes, vlees en drank aan de man te brengen. Door de onverwachte catering op de trein hadden wij daar weinig boodschap aan. We zijn met meer eten toegekomen dan er in Moskou in onze rugzakken zat! We hadden dan ook een stuk bergruimte in de trein speciaal gereserveerd voor ons voedsel, bijgenaamd 'de kelder'.
Laat ons ook het misverstand de wereld uithelpen dat 80 uur in een trein zitten saai wordt, ook al gaat het om een trip door het veelal onbewoonde Siberië. We hebben ons geen moment verveeld. De trein verkennen, kennis maken met je medereizigers, de restauratiewagen uitproberen... Natuurlijk is er ook nog het landschap. De eerste dag gaat het vooral om naaldbossen, maar nadien komt er veel meer afwisseling. We passeerden de bergen van de Oeral, verschillende reusachtige rivieren, Siberische bergdorpjes en grote landbouwbedrijven ... we hadden ogen, oren en tijd te kort!

De tijd kwijt
Op weg naar Irkoetsk overschrijd je 5 tijdszones. Ons gevoel voor ochtend, middag, avond en nacht moest er onherroepelijk aan geloven. De Russische spoorwegen werken overal in Moskoutijd, terwijl de wereld waar je door rijdt zich naar de wil van de zon schikt. Je kan niet anders dan steeds vroeger in je bed kruipen, want als de zon om 4 uur in je nog vermoeide ogen schijnt, stap je sowieso met het verkeerde been uit bed. In principe kan je je tijd natuurlijk indelen zoals je zelf wil. Als je liever overdag een dutje doet en ’s nachts bij elke stop naar buiten wil, zal niemand jou iets in de weg leggen. Je biologische klok stribbelt hoe dan ook tegen, dat is eigen aan deze unieke treintocht naar het hele verre oosten.

Poetins goede hart
Vrijdagochtend zat onze vierdaagse rit er op. Volgens de boekjes was Irkoetsk vroeger het Parijs van Siberië. Vandaag is het een grijze stad waar je liever geen drie dagen rondloopt. Zowel de buitenwijken als de binnenstad liggen er vervallen bij. Je vraagt je ook af hoe de compleet verroeste trams nog kunnen blijven rijden. Rondom de stad bevindt zich overal sterk vervuilende industrie.
Wij logeerden gelukkig eerst een nacht in Bolshy-Koty, een dorpje op de oevers van het Baikalmeer. Het dorpje is enkel bereikbaar via het meer, dus werden we met een privé-boot naar ons verblijf gebracht. We sliepen in een bijgebouw van een hotel met zicht op het water. Vooral het sanitair zullen we ons nog lang herinneren: een douchecabine met duikbootallures en een gat-in-plank-toilet dat bewoond werd door honderden vliegen. Wel geslaagd was het lekkere en groentenrijke eten, dat na 4 dagen treinkost toch welgekomen was.
Overdag maakten we een wandeling langs het immense meer. Dat is zo groot als België en 1600m diep. We wandelden tot boven op een rotspunt om een schitterend uitzicht te hebben over het water. De overkant zien is er ook dan nog niet bij.
’s Avonds speelden we, met enkele medereizigers uit de Lage Landen, volleybal tegen de Russen. We verloren nipt, wat pijnlijk was op onze Nationale Feestdag. Na het wedstrijdje raakten we aan de praat met een Russisch gezin. De modale Rus is over het algemeen niet echt te spreken over het beleid van Poetin. Zijn dictatoriale regeerstijl valt niet bij iedereen in goede aarde. Je zou het –gezien zijn reputatie– niet meteen verwachten van de Russische president, maar hij heeft onlangs een oliepijplijn in aanbouw, die te dicht bij het meer zou komen, laten omleggen. De grootste zoetwaterplas op onze aardbol lijkt toch de aandacht te krijgen die hij verdient!

Slapen naast de piano
Daags nadien trokken we terug naar Irkutsk. Onderweg maakten we een tussenstop om de lokale versie van Bokrijk te bezichtigen en souvenirs in te slaan. Ook een bezoek aan een kerkje waar net een massale dooppartij plaatsvond stond op het programma.
's Avonds overnachtten we nog een keer in de woonkamer van een familie in Irkoetsk. Enkele zetels waren omgetoverd tot bedden, mooi geschikt tussen piano en boekenkast. TV-kijken was er voor de bewoners dus even niet meer bij. Er logeerden ook nog vier Nederlanders en een Fransman. Vraag me niet in welke gang de gezinsleden zelf gelegen hebben die nacht! Om 5u. stonden we op. De vrouw des huizes trakteerde ons nog op een nachtelijk ontbijt en daarna konden we naar het station.

Slapen op slijpschijven
Op de trein naar Ulaan Bator beleefden we de meest verrassende uren op onze 18-daagse tocht. Toen we, samen met een twintigtal andere Tiara-reizigers, op de trein stapten, bleek de hele wagon vol te zitten met Mongolen en hun smokkelwaar. Wij hadden nochtans een groepsticket en zij konden geen papieren voorleggen, maar dat maakte duidelijk geen indruk op de omgekochte provodnik. Er was maar één oplossing: de coupés hardhandig zuiveren. We zwierden alle schoenen en hun eigenaars de gang op. Ze waren niet lang van slag door onze (re)actie en begonnen onmiddellijk hun smokkelwaren elders op de trein te verstoppen.
Hans, Stijn en ik konden spijtig genoeg niet in één coupé slapen, maar ik kreeg al snel een plaatsje bij een Zwitser en zijn dochter. Ik ging naar hun coupé en vond Sasha (de Zwitser) daar in volle (Russische) discussie met een paar Mongolen die de coupé weigerden te verlaten. Uiteindelijk kregen we ze toch zover de helft van de coupé vrij te maken en alle stinkende schoenen en vis elders onder te brengen. In eerste instantie staken ze de schoenen gewoon in de verzegelde luiken in het dak van ons compartiment. Met een dubbele douanecontrole in het vooruitzicht, was het toch geen prettig idee met die schoenen boven ons hoofd te slapen. We lieten hen het plafond dus terug leegmaken. Dat leverde mooie foto's op, al vonden de Mongolen het bovenhalen van camera's (begrijpelijk) niet zo prettig.
Alle spullen werden geregeld van plaats veranderd, niemand van ons die wist waarom. Tijdens de controles lagen in mijn vertrek uiteindelijk slijpschijven, behanglijm, confituur, melk in blik en een dronken Mongool. In een luik onder het gangpad zaten een bureaustoelonderstel en een ventilator verstopt. De douanier vond echter geen verdachte spullen, al zat de wagon bomvol. Hij hield er ongetwijfeld een mooie cent aan over, zijn vriendin een paar sportschoenen...
De paspoortcontrole duurde langs Russische kant vier uur, die langs Mongoolse zijde een tweetal uur. Stijn kreeg geen vervelende vragen over zijn gecorrigeerd visum. Het ambassadepersoneel hier in Brussel ‘had’ zijn visum in 2009 uitgereikt en dat achteraf met een balpen en een stempeltje verbeterd. Helemaal gerust waren we toch niet toen de controle er aankwam.

Ongerepte natuurpracht
Het verblijf in een gertent in het Mongoolse nationaal park “Terelj”, is ongetwijfeld het hoogtepunt van onze reis. Een ger, ook yurt genoemd, is een traditionele Mongoolse tent met vier bedden, een kachel, een tafeltje en vier stoeltjes. Om het vuur aan te steken was wat creativiteit nodig. Het hout en de kranten waren een beetje vochtig. Gelukkig horen multifunctionele dingen zoals brandbaar wc-papier tot de basisuitrusting van de Trans-Siberiëreiziger.
We trokken een dag uit voor een wandeltocht. In de Mongoolse bergen ga en sta je waar je maar wil, wandelpaden zijn er in de verste verte niet te bekennen. We waren alledrie overweldigd door de natuurpracht. We hadden prachtige vergezichten op ruwe bergwereld van het nationaal park en de brede valleien ten zuiden ervan. Het hele gebied is nog heel ongerept. Op enkele (toeristische) gerkampen na in het park, bestaat de enige bewoning uit hier en daar verspreidde gertenten; je ziet dus kilometers ver zonder echte sporen van menselijke bewoning. Ook het weer viel gelukkig genoeg mee: ondanks de voorspelde regen, liepen we de hele dag onder de zon. Hierdoor konden we 's avonds ook genieten van een prachtige sterrenhemel, waarbij de Melkweg als een heldere band aan de hemel zichtbaar was. Voor een Belg (en fysicus) toch wel een boeiend en uniek zicht!
Stijn was echter nog meer in de zevende hemel over Terelj, toen hij rond kleinschalige goudontginningen (ja, we hebben goud gevonden!) een paar unieke kwartskristallen aantrof. Hans droeg de rugzak, hij zal het niet licht vergeten...

Rondom een sloppenwijk
De volgende dag reden we in een gammel busje terug naar de hoofdstad Ulaan Bator. Autorijden in Mongolië is een ware kunst. De buschauffeur moest al zijn rijkunnen bovenhalen om voortdurend gaten, tot wel een halve meter diep, in de weg te ontwijken. Vreemd genoeg worden die gaten talrijker naarmate je dichter bij de hoofdstad komt. Het leek wel rallyrijden.
Ulaan Bator was onze laatste halte in Mongolië. Het contrast tussen arm en rijk dat Moskou in z’n greep hield, was hier zeker zo groot. We bezochten eerst het indrukwekkende centrale plein met het parlement, waar we voor €4 per persoon een buffet konden eten. Daarna trokken we naar het Gandanklooster. Onderweg vielen ons vooral de straattelefoons op: mannen met een stofmasker die een telefoon te huur aanbieden. Een stofmasker is trouwens een goed idee om de ongezuiverde uitlaten van de Mongoolse auto's te overleven.
Het klooster is een verzameling Boeddhistische tempels waar zo'n 900 monniken 'werken'. Al zie je ze tussendoor ook met hun gsm bellen. Tussen het complex en het centrale plein lag er een sloppenwijk. Vreemd genoeg bestond een deel van die sloppenwijk uit gertenten. Arm en rijk, ditmaal gescheiden door een kloostermuur.

Platte band?
Op 27 juli, vroeg in de ochtend, begonnen we aan het laatste deel van de 8000 kilometer die Peking scheidt van Moskou. Deze keer troffen we geen omgekochte provodnitsa aan, hing er ons geen smokkelwaar boven het hoofd en sliepen we met drie in dezelfde coupé, samen met Nederlander Lars.
Hoe verder we reden, hoe schraler het landschap werd, tot we uiteindelijk in de Gobi-woestijn aankwamen. Meer dan een zeldzame gertent van een verdwaalde Mongool is er in die reusachtige zandbak niet te vinden. Onze reis moest natuurlijk zo uniek mogelijk zijn. Reden we daarom toevallig op één van de acht jaarlijkse regendagen door deze woestijn!?
’s Nachts, aan de Chinese grens, werd de hele trein in een loods gereden. De wielen van de trein werden losgemaakt, de trein opgetild en nieuwe wielonderstellen gemonteerd. Na iets meer dan een uur was deze hilarische actie achter de rug en paste onze trein op de ietwat smallere Chinese sporen. Goede afspraken maken kan soms een hoop ellende besparen, denk je dan.

Beijing 2008
We besteedden onze eerste dag in Peking aan de toeristische klassiekers: het Tiananmenplein en de Verboden Stad. De hele stad was spijtig genoeg overdekt door een dik mist- en smoggordijn. Tiananmen mag dan het grootste plein ter wereld zijn, dat we de overkant niet konden zien, spreekt toch boekdelen.
De Chinese hoofdstad is volledig in de ban van komende Olympische Spelen. Op bouwwerven wordt dag en nacht met man en macht gewerkt om de stad perfect in orde te krijgen tegen augustus 2008. Langs het Tiananmenplein werden ’s avonds zelfs volgroeide bomen aangeplant. Door al deze werken ziet de stad er wel een heel stuk beter uit dan Moskou. Ook onze jeugdherberg was een schot in de roos: het had echt alle allures van een hotel.

Zweet en tranen
Het eten in de jeugdherberg zal ons voor eeuwig bijblijven. Chinezen eten wel degelijk kippenkoppen, schildpad, slokdarmen, zeewormen, magen en nieren. We kozen drie beschaafde gerechten om onze stokjes-eetkunsten op bot te vieren. De ‘hot’ en ‘spicy’ vermeldingen in het oog houden, dat waren we vergeten. Het lokale bier wordt gelukkig in flesjes van 63cl geserveerd, maar als de tranen in je ogen springen, is blussen onbegonnen werk. Het leven is in Peking, net als in Mongolië, betrekkelijk goedkoop: het avondmaal kostte ons geen vier euro per persoon, drank inbegrepen.
De tweede dag reden we meer dan 3 uur door het helse verkeer rond Peking, naar de Chinese muur. Hels betekent dat er hier al helemaal geen rekening gehouden wordt met verkeersregels. Voorrang heeft degene die het snelste is, om dit ideaal te halen mag ook het fietspad regelmatig gebruikt worden om tragere auto's in te halen. Bellen achter het stuur is een echte nationale hobby, hiervoor worden dan ook - op een GameBoy gelijkende - toestellen gebruikt.
We liepen over de muur van Jinshanling tot Simatai, 8 kilometer bergop en bergaf over het mythische bouwwerk. Het werd een helse dag: Hans had last van de hitte, Stijn van een zuurstoftekort, ik van de brandende zon. Al was de omgeving wel fenomenaal, ze leverde schitterende plaatjes op van de muur die zich eindeloos over de bergen slingert.
Onze laatste dag in Peking was gereserveerd voor een bezoek aan het Zomerpaleis. Een feeëriek decor van Chinese torens, vijvers met waterlelies, overdekte wandelpaden waarvan elk dwarsbalkje zijn eigen unieke schilderijtje draagt… we waanden ons in de Efteling. Na de middag liepen we onverwacht onze Belgische treinvrienden weer tegen het lijf. Peking mag dan groot zijn, de wereld blijft klein!

Op 1 augustus was ons avontuur ten einde. We werden in het vliegtuig op weg naar huis, negen uur lang verwend met drankjes en lekkere maaltijden. Even vergaten we dat de reis van ons leven er op zat...

Genoten van het verslag? Wil je meer lezen?
Ons origineel on-site geschreven reisverslag was te uitgebreid om online te zetten, maar wij sturen het met plezier even door. Stuur een mailtje naar transsiberie-at-stevenbloemen-punt-be!